TIJD VOOR VERANDERING:

NAAR EEN INCLUSIEF VREDES- EN VEILIGHEIDBELEID

 

  1. Inleiding

Wij zijn een groep mensen met ervaring in vredesopbouw en conflicthantering, die zich ernstig zorgen maken over de manier waarop in het Nederlandse beleid wordt omgegaan

met vrede en veiligheid. Wij willen een visie ontwikkelen rond een alternatief veiligheidsbeleid. Dit alternatief noemen wij inclusieve veiligheid.

Inclusieve veiligheid is: veiligheid voor iedereen, niet voor onszelf alleen
Deze inclusieve visie gaat ervan uit dat veiligheid voor mensen elders onlosmakelijk verbonden is met onze eigen veiligheid. Met andere woorden: veiligheid kunnen we niet

voor onszelf alleen zeker stellen, wanneer anderen lijden onder armoede en onderdrukking. We bereiken veiligheid alleen dan wanneer de ander ook in veiligheid kan leven.

Echter, bouwen aan een dergelijk alternatief vredes en veiligheidsbeleid is een zaak van lange adem, terwijl politiek meestal door hooguit een middellange of korte termijn gekenmerkt wordt. Het maatschappelijk middenveld, vredes-, ontwikkelingssamenwerkings-, mensenrechten-, milieubewegingen en kerken zouden een andere kijk op het beleid kunnen aangeven, een beleid dat meer vanuit de lange termijn en een inclusieve visie ontwikkeld wordt. Vanuit onze perceptie als burgers willen we dus kritische vragen stellen bij het vigerende vredes- en veiligheidsbeleid.

In de actualiteit klinkt echter steeds vaker en luider de roep om het defensiebudget te verhogen en de buitengrenzen van de Europese Unie te sluiten. Op sommige plaatsen worden langs die buitengrens zelfs al muren opgetrokken. De marine wordt ingezet om vluchtelingen op te vangen, maar sommigen zeggen dat de marine vluchtelingen terug zou moeten brengen naar de Noord-Afrikaanse en Turkse kust. En dat allemaal, zo zegt men, om de veiligheid van de Europese burger te garanderen.

Het huidige veiligheidsbeleid is ons inziens ingegeven door angst. Gevoelens van angst en onzekerheid lijken ook in onze samenleving dan ook toe te nemen. Oorzaak daarvan is een breed scala aan gevoelde bedreigingen: angst voor extremisme en terrorisme, onzekerheid over werk en inkomen, over de effecten van klimaatverandering, over de blijvende beschikbaarheid van water, olie en grondstoffen voor onze primaire levensbehoeften en over een gevreesd verlies van identiteit en gemeenschappelijke waarden en normen.

Bedreigingen van buiten worden door onze overheden traditioneel beantwoord met militair vertoon. Daarmee willen ze laten zien dat wij nog steeds meetellen in de internationale arena, en dat we bereid én in staat zijn voor onze belangen op te komen, bijvoorbeeld om onze toegang tot natuurlijke hulpbronnen zeker te stellen.

Het antwoord dat overheden geven op angst en onzekerheid, vormt echter op zich zelf een bedreiging voor de vrede en veiligheid die zij zeggen na te streven. Door angst kunnen burgers dingen accepteren die zij anders zouden afwijzen. Angst kan op die manier zaken die wij belangrijk achten zoals onze vrijheid, de democratie en de rechtsstaat, de

internationale rechtsorde, mensenrechten en menselijke waardigheid, en daarmee ook ware vrede en veiligheid ondermijnen.

In het VK[1] en in de VS[2] zijn initiatieven ontplooid voor een publieke discussie over het nationale vredes- en veiligheidsbeleid. Er zijn discussiestukken gepubliceerd die uitnodigen met elkaar na te denken en te spreken over een alternatief veiligheidsbeleid. Een effectieve veiligheidsstrategie draagt, in deze visie, bij aan het zoeken en vinden van oplossingen voor tal van problemen in onze tijd, zoals die van armoede, klimaat, voedsel, water, grondstoffen en conflictsituaties, hier en elders in de wereld. In Nederland publiceerde Kerk en Vrede onlangs een soortgelijk pleidooi voor een ander vredes- en veiligheidsbeleid, onder de titel Werken aan Rechtvaardige Vrede. Dit pleidooi werd op 10 november 2015 aan leden van de Tweede Kamer aangeboden als bijlage bij een Manifest tegen de verhoging van het Defensiebudget van de organisatie Oorlog is geen Oplossing dat door diverse (mensen uit) vredes- en andere organisaties was ondertekend.

Wij zijn een groep mensen die zich ernstig zorgen maken over de manier waarop in het vigerende beleid wordt omgegaan met vrede en veiligheid. Wij stellen daarom voor om in Nederland de krachten te bundelen met vredes- en aanverwante organisaties en betrokken personen om een publieke discussie over een alternatief veiligheidsbeleid te voeren.

Dit stuk schetst de grote lijnen van het huidige veiligheidsdenken en doet een voorstel voor een inclusief in plaats van een exclusief vredes- en veiligheidsbeleid, én het daarbij behorende handelen.

Op basis van dit document willen we in een open debat ook op zoek gaan naar andere visies en deze met elkaar verbinden, in de overtuiging dat de inclusiviteit die wij voorstaan ook waardevol is voor onze eigen visievorming.

[1] Ammerdown Invitation: security for the future – in search of a new vision,  www.opendemocracy.net
[2] American Friends Service Committee en Friends Committee on National Legislation (Quakers), Shared Security: reimagining U.S. Foreign Policy, www.sharedsecurity.org.

  1. Naar een nieuw verstaan van het begrip veiligheid

Het begrip veiligheid opnieuw doordenken
De begrippen ‘veilig’ en ‘veiligheid’ zijn afgeleid van het inmiddels uit onze taal verdwenen woord ‘veil’ dat te maken heeft met een relatie tussen mensen waarbij trouw en vriendelijkheid een rol spelen. Een omgeving die vertrouwd aanvoelt, waar je je gewaardeerd weet en waarin je je positief verbonden weet met anderen. Die oorspronkelijke betekenis komt terug in uitdrukkingen als ‘je ergens veilig voelen’.

Maar bij de meeste andere gebruiksvormen van de woorden ‘veilig’ en ‘veiligheid’ komen juist heel andere betekenissen bovendrijven. Dan gaat het om het afdekken van risico’s, om het jezelf afschermen tegen een als vijandig ervaren buitenwereld en om het in stelling brengen van allerhande middelen om het kwaad in die buitenwereld te kunnen bestrijden. Onder de noemer ‘veiligheid’ wordt een beroep op ons gedaan om mensen in onze omgeving in de gaten te houden en afwijkend gedrag te rapporteren. We accepteren dat we zelf ook in de gaten gehouden worden en stemmen in met vergaande maatregelen bedoeld om onze samenleving tegen kwaadwillenden te beschermen.

Niet ‘trouw’ en ‘vriendelijkheid’ horen bij de zo opgevatte veiligheid, maar ‘wantrouwen’, ‘op afstand houden’ en ‘bestrijden’. De paradox is echter dat we ons door veel zogenaamde veiligheidsmaatregelen helemaal niet veiliger gaan voelen. Mensen met een afwijkende levensstijl gaan we mijden; we worden achterdochtig en angstig. Door – inmiddels zelfs met automatische wapens – patrouillerende politieagenten en militairen bij openbare gebouwen worden we geconfronteerd met de – kennelijk – grote gevaren die onze samenleving bedreigen Op zich is er natuurlijk niets tegen  reële beveiligingsmaatregelen die niet stigmatiseren. Dat kun je beveiliging noemen. Echter een bijkomend effect is dat we die beveiligde plekken voortaan maar gaan mijden met als neveneffect: de Tweede Kamer als vesting, omdat volksvertegenwoordigers worden ‘beveiligd’.

Tegelijkertijd krijgen we van politici en commentatoren te horen dat ISIS en Poetin het uiteindelijk op ons voorzien hebben en dat we ons de afgelopen 25 jaar ten onrechte veilig hebben gewaand en onze legers in omvang terug hebben gebracht. De veranderde internationale situatie maakt volgens velen een forse verhoging van het defensiebudget noodzakelijk.

Zelfs vluchtelingen die bij ons een veilig heenkomen zoeken, vormen een bedreiging voor onze veiligheid, zo heet het. Er worden weer nieuwe muren in Europa opgetrokken om hen tegen te houden. De marine wordt ingezet. Onder de vluchtelingen zouden zich mensen bevinden die alleen naar Europa trekken om de oorlog naar onze regio uit te breiden. Rond de bouwplannen van nieuwe asielzoekerscentra is de vermeende bedreiging van de veiligheid van de omwonenden een belangrijk issue. Dit geeft beroering onder tegenstanders van azc’ s die er op haar beurt voor heeft gezorgd dat juist de veiligheid van azc-bewoners, die al met zoveel onveiligheid geconfronteerd werden, in het gedrang kwam.

De vraag is of we verder die kant op willen. Of we in voortdurende angst voor onze buren willen blijven leven, voor mogelijke aanslagplegers, voor ISIS, Poetin of voor asielzoekers. Of we steeds maar meer beschermingsmaatregelen willen tegen reële of vermeende dreigingen. Cameratoezicht, muren, hekken en poortjes, meer blauw op straat, verhoging van de defensie-uitgaven. Misschien zelfs wel een nieuwe Koude Oorlog waarin – zoals weleer – niemand zich meer veilig kan voelen door de ‘wederzijds gegarandeerde afschrikking’.

Of proberen we, ter wille van werkelijke veiligheid, de weg te gaan van de toenadering? Vertrouwen wekken door het zelf ook uit te stralen? Interesse tonen in de ander, juist ook in het anders-zijn, zodat ‘onbekend’ en ‘onbemind’ verdwijnen? De ander vriendelijk bejegenen in plaats van wantrouwend of zelfs vijandig? Coöperatie in plaats van confrontatie, geen exclusieve veiligheid voor onszelf alleen, maar inclusieve veiligheid voor alle wereldburgers?

Een moeilijk debat – is her-politisering van veiligheid mogelijk?
Van oudsher wordt veiligheid opgevat als staatsveiligheid met een nauwe relatie tot de soevereiniteit van de staat. Dat is nog steeds de heersende opvatting, ook in de moderne, complexe, mondiale samenleving van de 21e eeuw.

Het Nederlandse defensiebeleid neergelegd in de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) stelt: ‘Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. Het is iets waar we continu aan moeten werken.’ Er wordt echter in het geheel niet stilgestaan bij de vraag wat veiligheid eigenlijk is. Wel wordt opgemerkt dat landen steeds nauwer met elkaar verbonden raken ‘door technologische ontwikkeling, digitalisering en mondialisering; (…) zowel economisch en sociaal-cultureel’. Het is opvallend dat deze verbinding vooral wordt gepresenteerd als een bedreiging, niet als een kans. Daarom wordt er in het huidige veiligheidsbeleid dan ook vooral gekozen voor ‘hard power’. De mogelijkheden voor ‘soft power’, zoals bijvoorbeeld het inzetten op preventie en een bredere geïntegreerde benadering van problemen, worden alleen maar gefrustreerd doordat er bezuinigd wordt op het budget voor diplomatie en ontwikkelingssamenwerking.

In de defensiestrategie staat het grondgebied van Nederland centraal als de eerste van drie strategische belangen, naast de internationale rechtsorde (met name om proliferatie van kernwapens tegen te gaan) en economische veiligheid (in casu ons welzijn en vooral de toegang tot grondstoffen).

We zien dat in het veiligheidsbeleid hetzelfde gebeurt als in het duurzaamheidsbeleid: echte politieke tegenstellingen die te maken hebben met de vraag in wat voor wereld we willen leven, worden gedepolitiseerd. Het milieuprobleem wordt voorgesteld als een technisch probleem[3] en dat zien we op meer terreinen gebeuren. Politiek, waaronder het veiligheidsbeleid, wordt gereduceerd tot het zoeken naar technische oplossingen voor, door beleidsmakers, vooraf gedefinieerde en afgebakende problemen. De problemen zijn echter veel breder en dieper geworteld dan gesuggereerd wordt. Bovendien blijken in de aangedragen oplossingen al te vaak de belangen van de markt een onuitgesproken maar duidelijke rol te spelen; van soevereine politieke keuzes lijkt geen sprake meer te zijn.

Onze dringende vraag is daarom: hoe kan de discussie over veiligheid, over een nieuwe toekomst, weer gepolitiseerd worden?

[3] Zie ook: Ontgroei, onder redactie van Giorgos Kallis e.a., Uitgeverij Jan van Arkel, 2016

  1. Het Nederlandse defensiebeleid is als vredesbeleid ontoereikend

Het Nederlandse veiligheidsbeleid…
Wereldwijd hebben we op uiteenlopende terreinen te maken met ongekende en ingrijpende ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de milieu- en klimaatproblematiek, de economische ongelijkheid, de financiële instabiliteit, de snelle urbanisering, de brede beschikbaarheid van geavanceerde wapens en de uitputting van schaarse hulpbronnen, waaronder olie en water. De problemen die hieruit voortvloeien zijn complexer dan ooit. Er ontstaan (door schaarste) nieuwe vormen van (regionaal) conflict en nieuwe actoren gaan een rol spelen op het wereldtoneel naast of in plaats van de natiestaat, zoals NGO’ s, criminele netwerken, grote bedrijven of extreem-rijken. Dat alles vormt een (potentiële) bedreiging voor onze veiligheid.

Uit het document Turbulente Tijden in een Instabiele Omgeving uit 2014 blijkt dat het Nederlandse defensiebeleid ook rekening houdt met een snel veranderende wereld; men stelt dat dat beleid gericht is op het bevorderen van vrede, veiligheid en de rechtsorde ‘vanuit het besef dat we een wereldgemeenschap zijn’.

… is onvoldoende?
De NAVO geeft de inspanningen van Nederland een onvoldoende. We geven volgens de NAVO-ministers (inclusief dus onze eigen minister van defensie) te weinig uit aan defensie, nl. 1,17 % van het BBP, dus minder dan de in 2014 afgesproken NAVO-norm van 2% (waaraan overigens de meeste Europese NAVO-lidstaten nog lang niet voldoen). Ook zou de operationele capaciteit van de krijgsmacht onder de maat zijn. Om redenen van efficiency is er sinds een aantal jaren gekozen voor een sterk groeiende defensiesamenwerking tussen NAVO-landen. Ook binnen de Europese Unie werkt men meer samen. De remmende factor daarbij was tot nu toe het VK dat zich opstelde als pleitbezorger voor de NAVO. Het vertrek van het VK uit de EU maakt het nu mogelijk om de ooit als vredesproject geroemde EU onder Frans-Duitse leiding te militariseren. De druk om de NAVO-norm van 2% BBP te halen en om uit efficiencyoverwegingen tot Europese defensiesamenwerking te komen zijn typische voorbeelden van de de-politisering van het veiligheidsdebat. Het gaat om het halen van cijfers en niet om een discussie over met welke middelen en langs welke weg we onze veiligheid willen garanderen.

Naar onze overtuiging is het huidige veiligheids- en defensiebeleid in EU- of NAVO-verband niet bij machte de toenemende spanningen wereldwijd werkelijk te verminderen, terwijl dat wel één van de grote uitdagingen van deze tijd is (zie bijlage 1).

… verergert mondiale onveiligheid
Dat het Nederlandse defensiebeleid werkt ‘vanuit het besef dat we een wereldgemeenschap zijn’ wordt gelogenstraft door de feiten. Wanneer dat besef werkelijk leidend zou zijn, zouden we onze inspanningen om arme landen te ondersteunen en te helpen conflicten op te lossen, vluchtelingenstromen te voorkomen, armoede te bestrijden, klimaatverandering tegen te gaan en klimaatgerechtigheid te bevorderen, moeten intensiveren en daarop niet bezuinigen zoals nu het geval is! Alleen wanneer mensen elders in de wereld ook toekomstperspectief en een redelijk bestaansminimum hebben, zullen zij zich veilig voelen en pas dan zullen ook wij veilig zijn.

Het omgekeerde is nu het geval. Miljoenen mensen zijn zelfs genoodzaakt te vluchten voor onveiligheid, geweld en armoede, omdat de rijke landen niet bereid zijn samen te werken aan een internationaal beleid waarin ruimte is voor de vervulling van de behoeften van de armen in de wereld.

Er is daarom een transitie nodig naar een inclusief vredes- en veiligheidsbeleid, een beleid dat niet alleen (exclusief) onze, maar ook (inclusief) de veiligheid van andere wereldburgers bevordert. Bezien vanuit dat perspectief levert het Nederlandse (NAVO)-defensiebeleid dus geen bijdrage aan werkelijke vrede en veiligheid, maar is het daar een bedreiging van.

  1. Naar een inclusief vredes- en veiligheidsbeleid.

Een bredere benadering van veiligheid is nodig
Ook al is de wereldwijde situatie ingrijpend veranderd, tocht blijft het Nederlandse veiligheidsbeleid in EU- en NAVO-verband op militaire macht vertrouwen. Dat wekt verbazing, omdat ook in militaire kringen het besef groeit dat oorlog niet werkt: oorlogen zijn duur en lossen de problemen niet op. Integendeel: de spanningen binnen en tussen landen nemen alleen verder toe. Zo zien we in Afghanistan, Irak, Syrië en Libië dat de (directe of indirecte) militaire inmenging van buitenaf leidt tot het uiteenvallen van staten en de opkomst van nog radicalere (door ons vooral als ‘terroristisch’ benoemde) verzetsbewegingen die zich tegen deze inmenging verzetten.

We constateren met spijt dat er sprake is van een vermindering van de diplomatieke inzet, van ontwikkelingsinspanningen en internationale samenwerking, in Nederland en andere Westerse landen. Daardoor nemen de mogelijkheden om de complexe problematieken van vandaag werkelijk op te lossen, stelselmatig af (zie bijlage 2). Een wereld met mondiale problemen vraagt immers om coöperatieve mondiale oplossingen, en dat is het tegenovergestelde van het gebruik van geweld en het voeren van oorlog. Er is een bredere visie nodig op veiligheid, gericht op probleemoplossing en mondiale samenwerking. Nederland werkt in haar op ‘exclusieve’ veiligheid gerichte beleid (veiligheid voor óns) met de ‘drie D’s’ van Diplomacy, Development en Defense. Wij stellen daar de drie H’s van Human Dignity, Human Development en Human Security tegenover, als basis voor een beleid dat naar inclusieve veiligheid streeft: veiligheid voor mensen elders die onlosmakelijk verbonden is met onze eigen veiligheid.

Een inclusieve visie is nodig: het is niet mogelijk om vrede exclusief voor onszelf zeker te stellen zolang grote delen van de wereldbevolking lijden onder armoede, klimaatverandering, honger, onderdrukking, gewelddadige conflicten of oorlog. Zonder een rechtvaardiger verdeling van de welvaart wereldwijd maar ook in eigen land zal er geen vrede zijn. Dit vraagt dus om een fundamenteel andere economie dan het dominante economische model, het vraagt om een totaal andere financieel-economische architectuur. Eén gericht op delen van de steeds schaarser wordende grondstoffen, op coöperatie in plaats van concurrentie. Dit is waar duurzaamheid en veiligheid elkaar kunnen versterken.

Streven naar onkwetsbaarheid is een onmenselijk streven
Het huidige veiligheidsbeleid komt ten diepste voort uit de moderne droom van een mens die zich met behulp van technologische en economische verworvenheden onkwetsbaar denkt te hebben gemaakt. Natuurlijk is het bieden van bescherming tegen rampen een verantwoordelijkheid van iedere gemeenschap. Echter, erkenning van onze eigen en elkaars kwetsbaarheid is voorwaarde voor een dieper begrip van veiligheid.[4] Een risicoloze samenleving is niet mogelijk.

De toenemende ‘verbinding’ waarover de huidige Nederlandse veiligheidsstrategie spreekt, heeft dus niet alleen negatieve kanten, maar ook een positieve kant die te maken heeft met het erkennen van onze kwetsbaarheid en de mogelijkheden die dat biedt voor samenwerking.

Een samenleving die zich wil beschermen tegen de bedreigingen die ‘verbinding’ met zich meebrengt en zich onkwetsbaar wil voelen, loopt het gevaar te dehumaniseren. Angst wordt dan gebruikt om vijandbeelden op te roepen en snelle, ultieme oplossingen van conflicten te propageren. We hebben dit in het verleden gezien in wapenwedlopen, en zien dat ook nu gebeuren, met alle risico’s van dien voor mensenlevens en de leefomgeving, hier en elders. De technologische ontwikkelingen maken dergelijke processen nog gevaarlijker dan voorheen. Uiteindelijk zal een op ‘onkwetsbaarheid’ gebaseerde samenleving geen samenleving zijn zonder lijden en risico, maar wel een zonder menselijkheid en compassie. De onkwetsbare mens is niet langer menselijk. Een dergelijke samenleving is niet echt veilig.

Wat voor een toekomst willen wij?
Vanuit het besef dat wij altijd kwetsbare mensen zullen zijn, is het mogelijk de huidige niveaus van geweld en angst in onze gemeenschappen te reduceren. Dit vraagt om werken aan gemeenschap en vertrouwen tussen mensen, en om een breed maatschappelijk debat gericht op de behoefte aan:

  • Een nieuwe visie op veiligheid die recht doet aan de toegenomen complexiteit en samenhang van mondiale relaties;
  • Een meer geïntegreerde benadering die problemen oplost, spanningen vermindert, conflicten voorkomt en duurzamer is dan de huidige (in menselijke en financiële zin) kostbare en ineffectieve militaire benadering;
  • Beleid dat menselijke waardigheid en potentie respecteert en een fundament legt voor blijvende inclusieve vrede en veiligheid;
  • Een meer ethisch en effectief mondiaal beleid, dat samenwerking (i.p.v. dominantie) zoekt en grotere sociale, economische en ecologische verantwoordelijkheid neemt.

[4] Ontleend aan ‘Vulnerability and Security’, Church of Norway, 2000.

  1. Conclusie: uitnodiging tot meedenken.

In het voorgaande hebben wij onze zorgen over het huidige exclusieve vredes- en veiligheidsbeleid uiteengezet. Wij hebben suggesties gedaan voor een alternatief – inclusief – veiligheidsbeleid. Wij willen iedereen uitnodigen om ook haar of zijn visie op ons veiligheidsbeleid te delen. Wij zullen proberen al deze bijdragen met elkaar te verbinden zodat er een breed gedragen visie ontstaat. Bondgenoten gezocht!

Zie dit dus als een uitnodiging om mee te denken hoe we het vredes- en veiligheidsbeleid daadwerkelijk kunnen veranderen. De ondertekenaars houden zich aanbevolen voor commentaar, opmerkingen en aanmoedigingen.

Daartoe wordt dit document, met bijlages en achtergronddocumenten, op een speciaal voor dit debat geopende website geplaatst: www.samenveilig.earth. Je kunt op deze website het stuk ondertekenen! Je kunt ook een reactie op het stuk sturen naar info@samenveilig.earth.

Wij stellen ons voor dat in het maatschappelijk debat dat we op gang willen brengen (coalities van) partijen worden uitgenodigd om bijdrages te leveren aan een of meer van de volgende thema’s, de zogenaamde zeven aspecten van menselijke of inclusieve veiligheid: economisch, voedsel, ecologisch, gezondheid, fysiek, gemeenschap, politiek.

Klik hier om bovenstaande tekst te openen in PDF

BIJLAGEN 1 + 2

In bijlage 1 wordt nader ingegaan op het vigerende vredes-en veiligheidsbeleid in internationaal verband, zowel wat de NAVO als de EU betreft. Daarbij komt aan de orde hoe dit beleid zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Gepleit wordt voor een andere, bredere en meer op samenwerking gerichte benadering die beter aansluit bij de in ons document uiteengezette visie.

In bijlage 2 wordt een (concept) analyse gegeven van het vredes-, veiligheids- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid in de recent gepubliceerde verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen (die echter in sommige gevallen nog door congressen van die partijen moeten worden vastgesteld). Deze worden globaal getoetst aan bovenstaande visie op inclusief vredes- en veiligheidsbeleid.

Merk op dat de beide bijlagen niet geschreven zijn door de groep als geheel, maar slechts door één van de deelnemers op persoonlijke titel ter aanvulling op de gepresenteerde visie.

[1] Ammerdown Invitation: security for the future – in search of a new vision,  www.opendemocracy.net

[2] American Friends Service Committee en Friends Committee on National Legislation (Quakers), Shared Security: reimagining U.S. Foreign Policy, www.sharedsecurity.org.

[3] Zie ook: Ontgroei, onder redactie van Giorgos Kallis e.a., Uitgeverij Jan van Arkel, 2016

[4] Ontleend aan ‘Vulnerability and Security’, Church of Norway, 2000.

 

 

 

Contact en commentaar:

Johannes Borger
info@samenveilig.earth

Bijlage

Klik hier om de tekst hiernaast in PDF te openen

Klik hier voor bijlage1. Hierin wordt nader ingegaan op het vigerende vredes-en veiligheidsbeleid in internationaal verband, zowel wat de NAVO als de EU betreft. Daarbij komt aan de orde hoe dit beleid zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Gepleit wordt voor een andere, bredere en meer op samenwerking gerichte benadering die beter aansluit bij de in ons document uiteengezette visie. Deze bijlage is geschreven op persoonlijke titel

Klik hier voor bijlage2. Hierin wordt een (concept) analyse gegeven van het vredes-, veiligheids- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid in de recent gepubliceerde verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. Deze worden getoetst vanuit bovenstaande visie op inclusief vredes- en veiligheidsbeleid. Dit document is werk-in-uitvoering